Nog eentje :-)

In de zomer nam ik met Elysion deel aan de schrijfwedstrijd van Schrijverspunt De Rode Koffer. Helaas niet gewonnen – maar wel geselecteerd voor publicatie!

Hier kan je het boek bestellen – er staan 50 korte verhalen in!

Elysion maakt deel uit van de Etudes littéraires die ik in de zomer van 2018 schreef, en deze ultrashort lezen kan hier.

Elysion

Nog twintig stappen en dan. Twintig stappen. Hij heeft het uitgerekend, tientallen keren. De timing is, dat weet hij zeker, perfect. Hij zal twintig stappen zetten en tot twintig tellen. Tot bij de moeder met haar kind. En de jonge mannen die ontspannen met elkaar praten, lachen – ze roken. Tot bij het oude koppel, hand in hand op het bankje in het bushok aan de overkant. Twintig stappen. Zijn hoofd voelt suf en wolkig. Zijn benen, knieën trillen – weigeren ze dienst? Hij zet zijn eerste stap en telt negentien. Richting vrouw en kind. Richting jonge mannen. Richting paar op de bank. Richting in elkaar verstrengelde handen. Hij stapt, telt achttien, zeventien. De moeder werpt een blik op hem  – kijkt ze hem aan, ziet ze hem, kent ze hem? Stap zestien. Stap vijftien. De koffer brandt, hangt languit aan zijn rechterhand. Veertien. Onder het rode leer trekt de grond, de aarde zijn hand de diepte in. Dertien. In de  koffer. Twaalf. Tikt de eeuwigheid. Stap elf en tien. De oude vrouw op de bank buigt naar haar man toe, fluistert in zijn oor, hij antwoordt met een glimlach. Ze houden van elkaar, dat kan je zien. Op precies dezelfde manier, vooroverbuigend, kirrend, hielden zijn grootouders van elkaar. In zijn geestesoog kan hij ze zien. Niet aan denken! Negen, tel negen! Stap acht! Sneeuwwitje houdt van de zeven dwergen, hij van het medelijden aan de hemel. Zes. Vijf is een regel van lang geleden, van toen hij nog een kleine jongen was. Thuis en in de klas. Vier. Hoort hij de koffer klikken? Drie. Daar zijn de jongemannen – hij wil ook een sigaret. Twee. De oude man legt een arm om de schouder van zijn vrouw. De moeder kust haar kind. Hij stopt, telt een en kust de tijd vaarwel. Voor even, voor altijd.

Zes winnaars in een boekje

Bij uitgeverij Ambilicious krijg je voor 5€ de zes winnende verhalen van de Ward Ruyslick Prijs voor Kortverhalen 2020. Met commentaar van de jury erbij.

Allen daarheen!

Of lees, de na lezing van het commentaar van de jury aangepaste versie van Een man, een vrouw hier.

Feest!

Verleyns recentste kortverhaal  Een man, een vrouw heeft de derde plaats gewonnen in de Ward Ruyslink Kortverhalen Wedsrijd 2020!

Vandaar dat ik een mooi boeket bloemen, coronaproof afgeleverd in naam van uitgeverij Ambilicious en, kers op de taart en per post en met complimenten van zowel Monika Macken, weduwe van Ward Ruyslinck als Frits de Vries, auteur van de Ward Ruyslinck biografie Dubbelleven het boek op de foto hierboven cadeau kreeg vandaag. Als dat geen feestje waard is! Volgende week volgt het kortverhaal zelf in gedrukte vorm – ik hou jullie op de hoogte.

Een man, een vrouw

Ik wacht op een ander, zei de man. De vrouw knikte en zei: Ik wacht op niemand meer. Ze spraken af zich aan elkaar te laven, hij zou haar soelaas en zij zijn adempauze zijn. Amour charnel, rauw vlees en passie, lust – geen verwachtingen, geen roze franjes. Hun pact werd beslecht in een café bij haar om de hoek. Hij kwam groot en rijzig binnen, een en al arrogantie, praatte veel en kon dat goed. Onderwijl ijkte hij haar lijf – haar borsten, billen, benen. Zij zei niet veel, zocht, schijnbaar bedaard, houvast, standvastigheid. Keek in zijn ogen, onderzocht zijn blik. Beeldde zich de aanraking van zijn handen in. Wat denk je, vroeg hij na een tijdje, vinden wij elkaar flatteus genoeg? Ja, zei zij, ik denk het wel, en voegde eraan toe: Zullen we? Graag, zei hij. Ze leidde hem de straat door, opende de voordeur en ging hem voor de trap op en haar kamer in. Naast het bed bleef ze staan en keek hem afwachtend aan. De zomerzon schemerde door de dichtgetrokken gordijnen, er viel een streep licht op haar gezicht. Als een paspop viel zij in zijn armen en hij – grommend, gretig, gulzig, fel – kuste en ontkleedde, streelde en beminde haar. Kom nog even bij me liggen, zei hij op het eind en welwillend, haast barmhartig leek het haar, spreidde hij zijn armen uit. Hij zag niet dat ze huilde toen ze haar hoofd tegen zijn borstkas legde.

Lees “Een man, een vrouw” verder

Vuile Liefde

Waardoor worden wij anders bewogen dan te schrijven dan over verloren liefdes? Gewonnen liefdes soms ook wel.

W.S.


Het vuilste woord is neen. De neen van niet meer, nooit meer. De neen van weet je ik vergeet je, ik wis je, want wat wij waren is nooit echt geweest. De neen die jammert en  dan schreeuwt. De neen die roept en fluistert zie me, zeg me en ook verban, verbrand me en vermoord me. De neen die fantaseert. Over hoe hij toch nog bij haar aanbelt, zich aanwezig meldt. Of als dat niet gebeurt, hoe zij dan ziek ten onder gaat en hij dan aan haar graf daar staat. Of hoe hij helemaal op ’t eind, moe en gebrekkig haar toch nog nodig heeft, naar haar verlangt, naar haar ogen die omarmen, en dat zijn hoofd dan knikken zal nu wel, nu wel. Oh fantasmen, fantastische fantasmen.

Lees “Vuile Liefde” verder